Heupdysplasie

Bron: Onze Hond 2000
Auteur: Maarten Kappen

Enkele maanden geleden kwam op mijn spreekuur een enthousiast stel met een 5 maanden oude Labrador met de mededeling dat hun puppy zo veel bleef liggen en zo weinig actief was. Af en toe, zeiden ze verder, trok hij met zijn rechterachterbeen. De trainer op de puppycursus had er ook al een opmerking over gemaakt.
Tijdens het onderzoek bleek dat strekking van het rechter heupgewricht erg pijnlijk was. De gezichten van beide eigenaren vertrokken en ze vroegen of dit betekende dat hun hond heupdysplasie had. Ik antwoordde dat we een röntgenfoto zouden maken om precies vast te stellen wat de oorzaak was. Daarbij bleek dat de rechterheupkop grotendeels uit de kom was, evenals de linker.
Het was duidelijk heupdysplasie, nog steeds de meest voorkomende orthopedische aandoening bij de hond.

Inleiding

Sinds in 1937 de eerste beschrijving van heupdysplasie bij de hond het daglicht zag, is er veel onderzoek uitgevoerd naar de ontstaanswijze, de oorzaken en de behandeling van HD. In het navolgende artikel zal ik trachten de huidige stand van zaken weer te geven en met name aandacht te besteden aan het voorkomen van HD op korte én op lange termijn.

Wat is heupdysplasie?
Het begrip dysplasie komt uit het oud Grieks en betekent misvorming. Het is een ontwikkelingsstoornis waarbij in 1e instantie na de geboorte tijdens de groei speling ontstaat tussen de heupkop en de heupkom. De kop ligt niet mooi aangesloten in de kom tijdens het staan en de beweging. Daarbij spelen allerlei factoren een rol. Te noemen zijn: de gewrichtsbanden, de bespiering rond het heupgewricht, de gewrichtsvloeistof en ook de vorm en de stand van kop en kom. Is er veel speling dan ontstaat er een verhoogde slijtage, die men ook wel arthrose noemt. Die arthrose geeft een aantal veranderingen die genoemd worden in het bijgevoegde staatje. In het algemeen kan je zeggen dat het gewricht op den duur stijver wordt, minder bewegingsmogelijkheden heeft, en veel gevoeliger of zelfs pijnlijk wordt.

Hieronder zie je de heupen van een jonge hond; je ziet hier mooi dat ze zonder heupen geboren maar dat die in de loop van de tijd pas aangroeien. Daarom is het advies altijd rustig aan te doen in hun 1e levensjaar.
Heupen-jongehond

Wat kun je aan de hond merken?
De te losse heup kan al vanaf 4 maanden leiden tot pijnlijkheid, kreupelheid en afwijkend gangwerk. Een hele slungelige en zwakke gang kunnen deze honden vertonen. Veel blijven liggen en moeilijk opstaan is een veelgehoorde klacht. De achterhand blijft achter in ontwikkeling, in tegenstelling tot de voorhand die juist door de verhoogde belasting sterker ontwikkeld wordt.

De belangrijkste veranderingen bij de oudere hond zijn, voortvloeiend uit de arthrose, terug te voeren op stijfheid, een verhoogde gevoeligheid of pijnlijkheid. Het moeilijker opstaan en niet meer willen springen of traplopen is vaak opvallend. De hond blijft veel meer liggen en is minder actief gedurende de dag. Soms kan dit leiden tot karakterveranderingen: humeuriger tot zelfs afwerend zijn, niet aangeraakt willen worden in de achterhand.
Uiteindelijk kun je verlies van bespiering in de achterhand zien, hetgeen de situatie nog verder verergert.

Het vaststellen van de diagnose
De dierenarts die met bovenstaande verschijnselen geconfronteerd wordt tracht vervolgens middels zijn onderzoek de diagnose HD bevestigen. Allereerst neemt hij het verhaal van de eigenaar met hem door. Daarna wordt de hond gemonsterd en kun je een indruk vormen van het type en de ernst van de stijfheid of kreupelheid. Ook een verminderde bespiering, eventueel eenzijdig, kun je zo al opmerken. Dan volgt het onderzoek op tafel. Hierbij wordt de hond in zijligging gebracht en wordt het hele achterbeen afgevoeld en de gewrichten systematisch onderzocht. Het heupgewricht wordt gestrekt en gebogen en er wordt getracht vast te stellen of er pijnlijkheid is hierbij. Ook een eventuele verminderde bewegingsmogelijkheid is van belang. Crepitatie (schuren, kraken) wordt soms opgemerkt.
Vervolgens wordt getracht of men de kop loodrecht op de tafel uit de kom kan bewegen, om zo een indruk van speling en pijnlijkheid te krijgen.

Het r
öntgenologisch onderzoek
De uiteindelijk diagnose wordt bevestigd door het maken van röntgenopnames van het heupgewricht. Traditioneel, al meer dan 30 jaar, wordt hiervoor de hond op zijn rug gelegd en de achterbenen parallel aan de tafel naar achteren getrokken, waarbij de knieschijven precies midden op het bovenbeen worden geprojecteerd. Dit is de standaardpositie I volgens het FCI en Hirschfeldstichting protocol. (In Nederland was het voor 2005 gebruikelijk ook nog een opname standaardpositie II te maken; hierbij worden de benen naar voren gebracht en de hakken naar buiten gedraaid en parallel aan de tafel gehouden (kikkerhouding).

Je kunt hierbij de mate van arthrose aan beide heupgewrichten vaststellen (misvorming aan de kop en kom, extra botwoekeringen), en een indruk vormen van de aansluiting cq speling van de heupgewrichten (Norbergwaarde meten en berekenen).

Men heeft deze methoden ook al jarenlang gebruikt om preventief in het kader van verantwoord fokken vast te stellen of een hond HD gevoelig is of niet. Er daarbij van uitgaand dat er een hoge erfelijkheidsfactor is voor HD en dat we dus een verbetering kunnen krijgen als we maar screenen en vervolgens selecteren op de besten.

Hieronder een foto van goede, gezonde heupen (Phoebe HD A norbergwaarde 38) en een foto van slechte heupen (Hond onbekend HD E)
HD-PhoebeHD-onbekend

Problemen van het huidige röntgenologisch onderzoek
Dit brengt ons direct bij de grote valkuil van het diagnostiseren van HD: het blijkt dat de bovenbeschreven methode in de diverse landen verschillend wordt uitgelegd, wat tot grote onduidelijkheid en ergernis leidt in de fokkerij, en erger nog, er is inmiddels een overdaad aan wetenschappelijk bewijs dat én deze methode onvoldoende in staat is speling van het heupgewricht vast te stellen en dat hiermee de mogelijkheden in het kader van de fokkerij zeer beperkt zijn. Daar kom ik dadelijk op terug.
Een ander belangrijk probleem bij het screenen is dat niet alle honden worden gecontroleerd. Soms worden bijvoorbeeld uit een nest alleen diegenen gescreend waarmee gefokt wordt, of waarmee naar een show gegaan wordt. De genetische eigenschappen van de andere nestgenoten zijn ook van belang voor de fokwaarde van de gescreende honden! Daardoor zijn we de afgelopen jaren niet of nauwelijks vooruit gekomen in de bestrijding van HD.

Nieuwe methode met meer zekerheid en meer mogelijkheden
Sinds een tiental jaren is er een nieuwe methode, de PennHip methode, genoemd naar de Universiteit van Pennsylvania waar veel wetenschappelijk onderzoek is verricht naar HD en waar deze methode ontwikkeld is, om door middel van röntgenfoto’s de gevoeligheid voor HD vast te stellen. Hierbij wordt nauwkeurig de speling tussen heupkop en heupkom gemeten. Zoals we weten is dit de belangrijkste factor voor het ontstaan van HD: het niet goed aansluiten van kop en kom.

Hiervoor worden een drietal opnames gemaakt van de hond in rugligging met de achterbenen loodrecht op de tafel. Dit is de positie waarbij de grootst mogelijke speling gemeten kan worden. Er wordt een opname gemaakt met behulp van een distractor tussen de beide achterbenen zodat de heupkoppen maximaal uit de kom worden bewogen (de distractie opname), en een opname waarbij de koppen maximaal in de kom worden gedrukt (de compressie opname). Een derde opname wordt gemaakt om de mate van eventuele arthrose vast te stellen. Dit is de traditionele standaardpositie I opname.

Het delen van de distractiemeting en de compressiemeting door de diameter van de bovenbeenkop geeft de distractieindex (DI). Dit maakt de meting onafhankelijk van leeftijd en grootte van de hond.


Voordelen van de PennHip methode
Het belangrijkste voordeel van de PennHip methode is het meetbaar en herhaalbaar zijn van de speling; het is niet subjectief maar objectief. Het hangt dus niet af van het land of de verschillen tussen de beoordelaars, en is niet een alles of niets verhaal: de waarde wordt niet weergegeven als een HD positief of HD negatief met enige gradaties, maar als een getal tussen 0 en 1. Bij 0 ligt hij volledig in de kom en bij 1 volledig uit de kom. De hond wordt hierbij vergeleken met het gemiddelde van zijn rasgenoten. Je kunt dus per ras afwegingen gaan maken.

Een ander heel groot voordeel is de leeftijd waarop je de opnames kunt maken. Vanaf 4 maanden is er met zeer grote zekerheid vast te stellen of de hond HD zal ontwikkelen of niet.

Gevoegd bij de hoge erfelijkheidsfactor van de distractie-index (DI), die op 0,60 wordt gesteld voor bijvoorbeeld de Duitse Herder, kun je hier in de fokkerij dus ook wat mee.

Toekomst
Iedereen in de kynologie wil het probleem van de HD zo snel mogelijk de wereld uit helpen: het veroorzaakt een groot leed bij de hond en bij de eigenaar. Daarnaast is er sprake van een groot verlies van inspanning, tijd en geld bij alle betrokkenen. De PennHip methode kan een oplossing zijn, mits door alle officiele instanties en kynologen gesteund, om dit doel te bereiken.

Bron: http://www.kvgd-eersel.com/heupdysplasie-hd-literatuur-24.html