Sheepdog Eye Diseases

Oogafwijkingen
Collie Eye Anomaly (CEA) en Progressive Retinal Atrophy (PRA) zijn de meest bekende oogafwijkingen die voor kunnen komen bij de Border Collie. De ziekten komen binnen alle populaties incidenteel voor en gelden als onmiddellijke grond voor uitsluiting voor de fokkerij van de lijder en in sommige gevallen ook dragers, als ouderdieren en (nest-)verwanten.

Meer over CEA/ CH Klik hier


Progressieve retinale atrophie (PRA) is een groep van genetische afwijkingen die voorkomt bij een aantal hondenrassen en in zeldzame gevallen ook bij katten. De afwijkingen wordt gekarakteriseerd door de bilaterale degeneratie van de retina (het netvlies), wat een steeds grotere mate van verlies van zicht veroorzaakt welke uiteindelijk resulteert in totale blindheid.

De afwijking wordt in bijna alle hondenrassen overerfd als een autosomaal recessief genetisch defect. Uitzonderingen zijn de Siberische Husky die het via het X-chromosoom doorgeeft, naast de Bullmastiff die het defect als dominant gen doorgeeft.

Er is tot op heden geen behandeling bekend. PRA is vergelijkbaar met retinitis pigmentosa bij mensen.

Bron: http://www.sheepdog.nl/wiki/index.php?title=Sheepdog_Eye_Diseases


Entropion
Entropion is een afwijking waarbij de oogleden naar binnen omkrullen. Het gevolg hiervan is dat de haren die op de buitenkant van de oogleden liggen nu de oogbol irriteren. In ernstige gevallen kan dit tot perforatie van de oogbol en blijvende blindheid leiden. De aandoening kan in principe bij iedere diersoort voorkomen, maar we zien het vaker bij de hond en kat.
Oorzaken
Meestal is de oorzaak een “aanlegfoutje”; de oogleden zijn niet helemaal normaal gevormd. Deze vorm is aangeboren en geeft vaak al op jonge leeftijd klachten. Dit is in veel gevallen een erfelijk probleem, in de fokkerij moet hiermee terdege rekening gehouden worden. Een andere vorm ontstaat na langdurige, onbehandelde ontstekingen van het oog. Door het voortdurend dichtknijpen van het oog kan ook entropion ontstaan. Deze vorm verdwijnt niet altijd als de ontsteking genezen is.Voorkomen
Bij sommige rassen komt entropion als erfelijke afwijking voor. Bekende voorbeelden zijn Rottweilers, Berner Sennen honden, Bouviers en Perzische katten. Binnen deze rassen probeert men door een ander fokbeleid het probleem terug te dringen.

Behandeling
Lichte vormen van entropion kunnen behandeld worden met een vette oogzalf. Deze “smeert” de oogharen waardoor deze minder irriteren. Het eigenlijke probleem wordt hiermee natuurlijk niet opgelost. Willen we het eigenlijke probleem aanpakken dan moeten we met een operatie de oogleden weer in de juiste stand brengen. Bij deze operatie nemen we aan de buitenkant een klein wigje vel weg uit het ooglid en hechten deze wond met heel fijn hechtmateriaal. Hoewel het een kleine ingreep is moet hij wel onder algehele verdoving plaatsvinden. Enerzijds omdat de oogleden nogal gevoelig zijn, anderzijds omdat de patient absoluut stil moet liggen. Als er andere problemen aan het entropion ten grondslag hebben gelegen (chronische ontstekingen b.v.) dan moeten deze tegelijkertijd worden aangepakt.

Vooruitzichten
De vooruitzichten na operatie zijn heel goed; de oogleden sluiten weer normaal aan en het hoornvlies kan zich herstellen. Voor de patient gaat letterlijk een wereld open; eindelijk weer goed zien zónder pijn.

Bron: Dierenkliniek Brouwhuis


Ectropion
Bij ectropion zijn de onderste oogleden van de hond te groot zodat de bindvliezen of conjunctiva van het oog zichtbaar zijn. De binnenkant van de oogleden is zichtbaar. Ectropion is dus het tegenovergestelde van entropion.
Vaak gaat het om een aangeboren probleem en vooral honden met overtollige huidplooien, zoals de Sint-Hubertus hond (in dit ras wordt ectropion zelfs als gewenst beschouwd door sommige fokkers!) en de Sint-Bernard, zijn aangetast. Ook spaniëls en retrievers hebben er meer last van dan andere honden.
Vaak wordt het probleem al bij jonge honden vastgesteld.Symptomen
Bij ectropion zijn de onderste oogleden naar buiten geplooid. Hierdoor gebeurt de traanafvloei niet meer naar behoren en krijgt de hond traanstrepen.
Meestal treedt ook ontsteking van de conjunctiva op met etterige uitvloei.
Honden met ectropion hebben vaker last van vastzittende vreemde voorwerpen in de ogen dan andere honden.

Diagnose
Het ectropion is duidelijk zichtbaar.

Behandeling
In lichte gevallen kan men opteren om enkel de symptomen te behandelen als deze optreden. Het oog dient dan goed proper gehouden en verzorgd te worden.
In erge gevallen kan men ectropion chirurgisch corrigeren.

Prognose
Meestal is de prognose van ectropion goed.


Bron: Yahwoof


Cataract
Cataract of grauwe staar is een aandoening waarbij er een niet-pijnlijke grijsverkleuring of troebeling van de lens van het oog optreedt.
Cataract kan ontstaan op jonge of op oude leeftijd. Cataract kan zelfs aangeboren zijn.
Soms kan cataract optreden na een beschadiging van het oog of ten gevolge van een andere oogziekte.
Diabetes kan ook een oorzaak zijn van grauwe staar bij honden.
Symptomen
De symptomen zijn een grijsverkleuring van de lens van het oog en een verminderd zicht. In erge gevallen zal de hond zelfs blind worden.Diagnose
De diagnose is gemakkelijk te stellen aan de hand van de symptomen.

Behandeling
Aangezien een behandeling niet mogelijk is met medicatie alleen en de hond er meestal geen noemenswaardig leed van ondervindt, wordt in vele gevallen geen behandeling.

Er kan overwogen worden om de hond te laten opereren. Men zal dan de lens van het aangetaste oog verwijderen, waardoor het gezichtsvermogen van de hond gedeeltelijk hersteld wordt.

Prognose
De prognose voor de levenskwaliteit van de hond is goed. Het gezichtsvermogen zal niet herstellen, tenzij met een operatie, maar zelfs indien de hond volledig blind wordt zal hij zich leren aanpassen in zijn vertrouwde omgeving

Bron: Yahwoof


Retina Dysplasie
Het betreft een aandoening die reeds voor de geboorte aanwezig is, waarbij de 2 lagen van het netvlies niet goed aan
elkaar vastzitten. Een retina dysplasie is niet progressief.
In principe kunnen pups vanaf 6-8 weken onderzocht worden maar door de kleine ogen en het niet altijd goed blijven
stilzitten is het soms nodig een hercontrole te doen rond de leeftijd van 6 maanden
Bij de meeste rassen is de oorzaak van retina dysplasie (RD) genetisch, maar uitzonderlijk kan het prenataal veroorzaakt zijn door een herpes of een parvo infectie.Er zijn verschillende vormen mogelijk, afhankelijk van de uitgebreidheid onderscheiden we:
– locale/multifocale RD (RD1): milde vorm, aanwezigheid van kleine plooitjes of rozetten in de binnenste laag van het netvlies, de hond heeft dan kleine blinde spots in zijn gezichtsveld, maar deze zijn waarschijnlijk weinig of niet storend, bij Labrador, Golden en Chesapeake Bay Retriever voorkomend, overerving: autosomaal recessief.

– geografische RD (RD2): grotere delen van het netvlies zijn verheven of liggen los, grotere verliezen aan gezichtsveld, in USA voorkomend bij o.a. Labrador en Chesapeake Bay Retriever.

– totale RD: ergste vorm, voorkomend bij Labrador Retriever, aangeboren ablatio retinae (netvliesloslating), dit losliggend netvlies is soms zichtbaar in de pupil, achter de lens, overerving: autosomaal recessief, lijders en hun directe familie mogen niet voor de fok gebruikt worden.

– totale RD met skeletafwijkingen: wordt ook oculoskeletal dysplasia genoemd, bij Labrador Retriever in USA voorkomend, in België nog niet waargenomen, afwijkingen omvatten o.a. dwerggroei, abnormale voorpoten met ellebogen naar buiten en polsen naar binnen, cataract, volledige netvliesloslating en/of plooien in netvlies. Deze gecombineerde afwijking zou mogelijk veroorzaakt worden door 1 gen, met recessieve effecten op de ontwikkeling van het skelet en met incompleet dominante effecten op de oogontwikkeling. Dragers (dwz honden die maar een verkeerd gen hebben en dus heterozygoot zijn) zouden enkel een RD1 vorm hebben maar met een normaal skelet. Lijders (dwz honden die van beide ouders een abnormaal gen kregen en dus homozygoot zijn) hebben zowel afwijkingen aan hun beendergestel als netvliesafwijkingen. Deze laatste kunnen variëren van mild tot ernstig. Bij volledige loslating is de hond totaal blind.

Bron: Oog-dierenarts.be


DISTICHIASIS BIJ HONDENWat is het?
Distichiasis is een aandoening van oogharen. Letterlijk betekent het woord “dubbele rij”. Dit
suggereert dat er bij distichiasis sprake zou zijn van 2 rijen oogharen. In feite is het zo dat de
hond geen oogharen heeft, maar wat we zien aan haren rond het oog zijn huidharen. Deze
huidharen lijken net wimpers, en hun stand is van het oog af gericht.
Bij distichiasis is er sprake van een abnormale ooghaargroei op de oogleden. Bovendien
groeien deze haren zodanig dat ze binnenwaarts, dus naar het oog toe, gericht zijn. Het kan
slecht één enkele haar betreffen, maar ook een paar of een hele rij.Wat is de oorzaak?
Erfelijkheid speelt een rol, maar hoe dit precies bij honden verloopt is nog onbekend. Wel komt de aandoening ook bij muizen en mensen voor en daar is de vererving dominant.

Bij hoeveel honden komt dat voor?
Dit variëert per ras. Er zijn rassen waar het veel bij voorkomt, zoals de Engelse Cocker
Spaniel (60%). Bij onze IJslandse hond in Nederland is ongeveer 20% van onze populatie
getest. Er zijn 13 honden (5%) met distichiasis aangetroffen. In Finland komt het voor bij 6
honden (2% van de 305 geteste honden), en in Denemarken bij 8 van de 296 (3%). In
Zweden, Noorwegen, Duitsland en IJsland wordt distichiasis niet gevonden.

Wat zijn de gevolgen?
De naar binnen groeiende haren prikken tegen het oog (hoornvlies) aan en dit raakt geïrriteerd en
beschadigd. Dit kan ernstige vormen aannemen (zie foto). Het oog kan gaan tranen, honden gaan meer met
de ogen knipperen, en het oog kan rood worden. Tot nu toe hebben de IJslandse honden met distichiasis
geen complicaties gekregen.

Hoe is het vast te stellen?
Zonder loep zijn de verkeerde haren nauwelijks zichtbaar. De oogarts gebruikt de spleetlamp
om de haren te kunnen zien.

Wat is de behandeling?
Men zou de haar (haren) kunnen epileren, maar dan groeit hij na een paar weken terug. De oogarts is in staat om de haar chirurgisch, met haarwortel erbij, te verwijderen zodat deze niet teruggroeit.

Gevolg voor de fokkerij
Het is onverstandig om met distichiasishonden te fokken. Het gevolg is dat daarmee de populatie gaat toenemen. Bij rassen waarbij de aandoening veel voorkomt zou men kunnen overwegen om twee distichiasishonden te combineren voor de fok. Dan houdt men daarmee de distichiasis-vrije groep ook inderdaad onaangetast. Men dient zich te realiseren dat met een fokprogramma, welke dan ook, de aandoening niet is “weg te fokken”.

Bron: Dr. B.J. Vortman, arts
A. Heijn, oogheelkundig dierenarts DipECVO


LENSLUXATIEWat is lensluxatie? 
Door het ontbreken of kapot gaan van haar ophangbandjes van, kan de lens loslaten en van haar plaats raken.Wat zijn de verschijnselen?
De losliggende lens kan zich verplaatsen naar achteren, richting netvlies, of naar voren, tot tegen het hoornvlies. De lens en/of het glasvocht kunnen hierbij de passage of de afvoer van het kamerwater uit het oog blokkeren met secundair glaucoom tot gevolg (zie glaucoom). Het vroegst herkenbare symptoom van lensluxatie vormt het weglekkende glasvocht, dat als zeer ijle witte wolkjes over de pupilrand, voor in het oog hangt. Dit is jammer genoeg meestal alleen met een spleetlampmicroscoop te ontdekken. Meestal was er eerst niets aan de hond te merken en breken plotseling (bijvoorbeeld als de hond zich ergens over opwindt) de laatste nog intacte ophangbandjes. Het oog is dan plots slechtziend of geheel blind. Als de lens zich verplaatst, komt een maanvormig “deel” vrij tussen de pupilrand en de lens. Dit is soms bij een bepaalde lichtinval te zien. Een enkele keer kan men iets zien wiebelen in het oog. Bevindt de lens zich geheel voor in het oog, dan is deze soms als een glazige schijf herkenbaar. De pupil is dan nauwelijks meer herkenbaar. Is reeds een te hoge oogdruk (glaucoom) opgetreden, dan zal het hoornvlies blauw worden. Het oog is dan ook pijnlijk en blind.

Hoe en wanneer is lensluxatie vast te stellen?
Is bij een hond een oog plots blauw of blind, dan is het aan te bevelen het oog. Op zeer korte termijn, te laten onderzoeken door uw dierenarts. Om de vroegste vormen op te sporen moeten de ogen met een spleetlampmicroscoop worden gecontroleerd. Dit kan alleen bij een aantal dierenartsen die zich hierop hebben toegelegd en hiervoor ook zijn toegerust.

Wat is er aan te doen? 
Als de lens geheel los ligt moet de lens operatief uit het oog worden verwijderd. Bij de hond dient dit binnen enkele dagen te worden verricht. In de tussenperiode dient de patiënt al vast medicijnen te krijgen om de druk in het oog normaal te houden of te normaliseren. (zie Glaucoom). De dieren blijven na de operatie iets gehandicapt. Tafel- en stoelpoten, trappenlopen, kleinere sprongen etc. leveren echter geen problemen meer op. De oogdruk stijging is na de operatie meestal verdwenen; als het glaucoom toch terug komt is er wel een probleem. Zie verder bij glaucoom.

Wat is de oorzaak? 
De ophangbandjes van de lens kunnen afwijkend zijn aangelegd, degenereren of bij uitzondering direct breken (zeer harde klap op de oogbol). Bij een aantal van de kleinere terriërrassen is de lensluxatie het gevolg van een erfelijk defect, dat meestal recessief overerft (Duitse jacht-, Tibetaanse-, Welsh-, Fox-, Jack Russel- en Dandie Dinmondterrier, Border collie, Shar Pei).

Hoe kan het worden voorkomen? 
Honden met een lensluxatie dienen te worden uitgesloten van de fokkerij. Ook de ouderdieren kunnen beter niet meer voor de fok worden gebruikt. Indien het aantal voor de fokkerij beschikbare dieren dit toelaat kunnen de broertjes en zusjes ook beter niet voor de fok worden ingezet. Dit daar er een sterk verhoogde kans is dat ook zij drager zullen zijn.

Bron: Mucho- Bravos